|
vrijdag 13 december 2002
Boeken
Sp!ts
Pleidooi voor vrijheid en vrije Liefde
door Marieke Kremer
Een mens kan vreemde redenen hebben om streng gelovig te worden. De
Syrische schrijver Ammar Abdulhamid (36) werd halverwege de jaren tachtig
moslimfundamentalist. Niet per se uit geloofsovertuiging, maar om zijn
vreselijke verlegenheid en onhandigheid met meisjes uit de weg te kunnen
gaan. Na zo'n zes jaar begon de twijfel te knagen en nu, ruim vijftien
jaar later, beschouwt hij zich als atheïst. Zijn roman Een verborgen
leven, een pleidooi voor vrijheid van geloof èn vrijheid in de liefde, is
in zijn thuisland verboden.
"Ik
heb een vreemde route afgelegd", geeft Abdulhamid, die onlangs in
Nederland was voor de promotie van zijn boek, lachend toe. "Mijn ouders
zijn liberale moslims, en zo ben ik ook opgevoed. In Amerika, waar ik
studeerde, werd ik fundamentalist. Ik was een eenzelvig, teruggetrokken
kind en had weinig sociale vaardigheden. In Amerika kon ik niet omgaan met
de vrije cultuur, met de omgangsvormen en met de vrouwen. Een streng-
gelovige, gesloten groep biedt dan uitkomst." Hij lacht. "Het is wel
komisch, achteraf gezien. 'Ik ben niet sociaal gestoord, ik ben
fundamentalist!' Dat maakte ik mezelf wijs."
Deze
periode maakte hem echter ook sterker. "Ik leerde te functioneren in een
groep", zegt Abdulhamid. Hij werd benoemd als imam in een moskee in Los
Angeles. "In die jaren groeide mijn zelfvertrouwen. En daardoor kon ik
mezelf toestaan te gaan twijfelen aan de dogma's die ik zomaar had
aangenomen."
De
fatwa die de Iraanse ayatollah Khomeini in 1989 uitsprak over Salman
Rushdie, was een keerpunt. "Een journalist van de Los Angeles Times vroeg
mij, als leider van een groep streng-gelovigen, hoe wij over de fatwa
dachten. Ik vond het belachelijk: iemand ter dood veroordelen om wat hij
schrijft. Het werd tijd om dapper te zijn en niet langer te prediken wat
ik niet meer geloofde." De schrijver ging terug naar de universiteit, waar
hij lid werd van een islamitische groep. Op een conferentie over religie,
waar een moslim, een christen, een jood en een atheïst met elkaar in
discussie gingen, betrapte hij zich erop dat hij vooral instemde met de
atheïst. "Ik weet nog dat ik thuiskwam, in de spiegel in de badkamer keek
en dacht: 'ik geloof niet'."
God
verliezen is niet gemakkelijk. Voor Abdulhamid betekende het een jaar van
diepe depressie. "Ik voelde mij verloren. Ik had zoveel stomme dingen
gedaan. Uiteindelijk wilde ik er een eind aan maken. Ik had de dag van
mijn zelfmoord al bepaald. Ik zou harakiri plegen. Een paar dagen ervoor
besloot ik een paar gedichten aan een oudere vriendin te laten lezen. Dat
was echt judgment day. Als ze het troep zou vinden, zou ik eraan gaan. Als
ze het mooi vond, zou ik proberen er iets van te maken." Haar oordeel viel
gunstig uit. "En dat voorkwam dat ik de allergrootste stommiteit zou
begaan."
Een
verborgen leven is het derde boek dat Abdulhamid schreef, maar het eerste
dat is gepubliceerd. De eerste twee waren 'erg boze' boeken, die de Syriër
schreef toen hij net van zijn geloof was gevallen. Hij denkt dat de Britse
en Amerikaanse uitgevers aan wie hij de manuscripten aanbood, er niet aan
durfden. "Het was in de jaren na de Rushdie-affaire. Niemand wilde een
risico nemen."
Zijn
meest recente boek leest als een pleidooi voor vrije liefde; iets waarvan
Abdulhamid een erg positieve, om niet te zeggen naïeve, voorstelling
heeft. De jongeman Hasan en de getrouwde vrouw Wisaam proberen zich beiden
te ontworstelen aan de strenge zeden van de Syrische samenleving. Ze
slagen daar wonderwel in; vrije liefde, hoewel in het geheim bedreven,
maakt hen ook geestelijk vrij. Het boek werd uitgebracht in Engeland en
verboden in Syrië. Niet alleen vanwege de godsdienstige afvalligheid,
vooral om de expliciete (lesbische) seksscènes en de veelvuldige seks die
zijn hoofdpersonen buiten het huwelijk bedrijven.
"Ik
weet dat mijn boek niet realistisch is. Ik weet dat er harten gebroken
worden wanneer iedereen het met iedereen doet. In mijn boek wordt iedereen
er gelukkig van. Maar ik wilde positief zijn, ik wilde de boodschap
uitdragen dat vrijheid het grootste goed is." Bovendien kon Abdulhamid
zijn hoofdpersonen geen pijn doen. "Ik hield van Wisaam en Hasan. Toen ik
het boek schreef, zo rond mijn dertigste, was ik net gedumpt door mijn
allereerste geliefde. Immers, als fundamentalist kan je er geen
vriendinnen op na houden. Wat een pijn! Dat kon ik niemand aandoen, ook
niet mijn fictieve vrienden."
Inmiddels woont Abdulhamid weer in Syrië en is hij getrouwd met een vrouw
die werkt aan haar eerste boek; een roman over de manier waarop vrouwen in
islamitische landen elkaar korthouden. In de hoofdstad Damascus is de
schrijver bezig een uitgeverij op te richten. "Ik wil jonge Syriërs een
platform bieden, een plek waar ze hun ideeën kunnen spuien. Meer niet. Ik
zal niet de politiek in gaan, geen beweging oprichten. Het voornaamste wat
ik van mijn fundamentalistische periode heb geleerd, is dat zoiets als 'de
waarheid' niet bestaat. Het enige dat ik kan doen, is open staan voor
ieders ideeën en hopen dat die houding navolging vindt."
|